advertentie
  • maatschappij
  • 112
  • Vlaardingen

De schade zie je, het trauma niet: ‘Buren zijn onzichtbare slachtoffers na explosie’

Een harde knal. Glasgerinkel. Brand en ravage. Een explosie bij een woning is voor slachtoffers vaak een traumatische ervaring. Maar na de klap begint pas de echte chaos: de bureaucratie en de emotionele en financiële nasleep. Dat moet beter, vertelt ervaringsdeskundige Xavier Ottens aan Rijnmond.

De schade zie je, het trauma niet: ‘Buren zijn onzichtbare slachtoffers na explosie’
een zware explosie plaats bij een cosmeticawinkel aan de Broersvest in Schiedam in juli 2025 | Foto: Flashphoto
redactie

door redactie

donderdag 15 januari 2026 23:41

Vlaardinger Xavier en zijn vrouw Suzan richtten vorig jaar Stichting Sidekick op, om slachtoffers van een explosie bij te staan. Het echtpaar raakte zelf dakloos na een aanslag en weet daardoor als geen ander wat gedupeerden nodig hebben. Zij hadden vooral behoefte aan praktische hulp, die ze niet kregen. En dat willen ze andere slachtoffers besparen.

'Achtbaan van emoties

“Na een aanslag beland je in een achtbaan van emoties en tegenslagen,” zegt Ottens. “Je krijgt te maken met allerlei welwillende medewerkers, maar het levert vaak niets op. Voor mentale ondersteuning moet je langs meerdere loketten, om uiteindelijk te horen dat je geen hulp krijgt omdat je het trauma nog niet hebt verwerkt.

Daar komt volgens hem ook wantrouwen bij kijken. “Alsof je iets te verbergen hebt. Terwijl allang bekend is dat het merendeel van de aanslagen geen criminele achtergrond heeft.”

Bureaucratie

Samen met een team van experts probeert Stichting Sidekick de bureaucratische muur te doorbreken. Ze helpen slachtoffers bij aangiftes en schadeformulieren en gaan in gesprek met gemeenten en woningcorporaties. “We zoeken de slachtoffers fysiek op, luisteren naar wat ze nodig hebben en begeleiden ze van A tot Z.”

Waar de stichting zich eerst vooral richtte op bewoners die een explosief door de ruit of voordeur kregen, helpen ze inmiddels ook de buren die ongewild betrokken raken bij een aanslag. Dat doen ze vanuit het Offensief tegen Explosies, een landelijk samenwerkingsverband dat het explosiegeweld wil terugdringen en de maatschappelijke impact wil beperken.

De explosiegolf is vorig jaar met 18 aanslagen gedaald tot 1525, maar dat is voor voorzitter Carola Schouten van het Offensief tegen Explosies geen reden om achterover te leunen. “Het vereist onze blijvende aandacht en gezamenlijke inspanning op alle fronten.” Ze pleit voor een Europees totaalverbod op zwaar vuurwerk.

Samenwerking

Bij het Offensief tegen Explosies werken verschillende experts vanuit de overheid, woningcorporaties, verzekeraars, reclassering, Leger des Heils en het bedrijfsleven samen. Zij richten zich in teamverband op opsporing, preventie en nazorg. Xavier en Suzan nemen met hun stichting ook deel aan het offensief via het project de Wijkkameraden.

De Wijkkameraden richten zich specifiek op de nazorg aan omwonenden. Ze beleggen ongeveer twee weken na een explosie een bewonersbijeenkomst, waar iedereen met zijn zorgen en vragen terecht kan. Het stof is dan neergedaald, de meeste instanties zijn vertrokken, maar de zorgen in de buurt blijven“

Omwonenden zijn de onzichtbare slachtoffers van een aanslag,” zegt Ottens. “Ze worden vaak vergeten, terwijl zij net zo goed getraumatiseerd kunnen zijn. De Wijkkameraden bieden een luisterend oor, goede raad en morele steun. Maar we zoeken ook nadrukkelijk naar cohesie tussen de ongeziene slachtoffers.

'Schrikken van hoodie en fatbike'

Tijdens de wijkbijeenkomsten vertellen ze dat ze zelf ook ongewild slachtoffer zijn geweest van een aanslag. En dat hun buren ook schrijnende situaties hebben meegemaakt. “Sommige buren durfden niet meer aan de straatkant te slapen. Mensen schrokken van elke hoodie en fatbike die voorbij kwam. Bij sommige gezinnen begonnen kinderen weer in bed te plassen. Het gaat niet alleen om een kapotte gevel, maar ook om het verlies van veiligheid.”

Volgens Ottens helpt het dat hij en zijn vrouw tijdens de wijkbijeenkomsten als lotgenoten met de slachtoffers kunnen praten. “Wij zijn geen gemeente, geen politie en geen hulpverlener. Als wij zeggen: ik begrijp wat je voelt, dan is dat ook zo. Dat zorgt voor open gesprekken. Soms komt het er ongefilterd en ongezouten uit, maar we merken dat aandacht helpt.

De Wijkkameraden maken ook zichtbaar wat ze doen. “Mensen kunnen online volgen welke stappen we zetten. Ze krijgen een inlogcode van een website waar ook tips en verhalen van andere slachtoffers op staan. We beloven niets wat we niet kunnen waarmaken.”

Landelijk veiligheidsprotocol

Het project Wijkkameraden draait nu als pilot in Rotterdam en er zijn eerste gesprekken met Almere. Ottens hoopt dat meer gemeenten volgen. Ook pleit hij voor een landelijk veiligheidsprotocol, met een duidelijke rolverdeling tussen de gemeenten, de zorg, politie en woningcorporaties, een draaiboek voor nazorg en vaste aanspreekpunten.

“Of je hulp krijgt, hangt nu nog af van je postcode,” zegt hij. “Elke gemeente doet maar wat en instanties werken langs elkaar heen. Word wakker, ga naar elkaar luisteren en vorm één front. Iedereen heeft daar baat bij. Pak het structureel en collectief aan en wacht niet tot de volgende knal. Want die komt. Gegarandeerd.”

79a427ca b75c 3737 a04e d8a36d4bb8b1

Xavier en Suzan weten uit eigen ervaring hoe groot de impact van een aanslag is © Rijnmond

Als dat stappenplan er ooit komt, hoopt het echtpaar zich te kunnen terugtrekken. Het werk is confronterend en levert onvoldoende inkomen op. Toch ervaren ze het als heel dankbaar werk. “We hadden voorheen allebei een goede onderneming en een aardige spaarpot,” zegt Ottens.

“Door de explosie zijn we alles kwijtgeraakt. Geld is nu minder belangrijk. We willen vooral voorkomen dat anderen dezelfde littekens oplopen. We zien dat er veel behoefte is aan praktische hulp, dus voorlopig blijven we nog doorgaan.”

Dit is een artikel van onze mediapartner Rijnmond.