advertentie
  • Schiedam
  • maatschappij

Razende Rijnmond-reporter Jack Kerklaan (65) uit Schiedam overleden

In zijn woonplaats Schiedam is Jack Kerklaan overleden. De kleurrijke verslaggever, die bijna vanaf het begin bij Radio Rijnmond werkte, was al een paar jaar ziek, meldt Rijnmond. “In de tuin van het leven is humor de mest”, vond Jack. En daar hield hij zich aan, tot op het laatst

redactie

door redactie

dinsdag 24 februari 2026 17:03

“Stukken slechter, dank je”, antwoordde Jack de laatste tijd als je vroeg hoe het met hem ging. Hij had prostaatkanker en die was uitgezaaid. De oncoloog had hem in 2022 nog een jaar of vijf gegeven. Plots had Jack zelf nodig wat hij mensen aan het einde van een interview vaak wenste: onbeperkt sterkte.

Medelijden? Daar zat hij niet op te wachten. Het naderende onheil en de bijbehorende emoties hield hij met grappen en grollen op afstand. Het leven is net een schaal met bitterballen, vond Jack. “Op het laatst blijft er altijd eentje steenkoud liggen.”

Geven de konijnen al licht?

De geboren Schiedammer was een woordkunstenaar. Taal was het speelgoed, waarmee hij zich eindeloos kon vermaken. In de ogen van Jacobus Ferdinandus Kerklaan (JFK) moest je altijd ‘oppassen met uitkijken’. En waren zaken soms ‘helemaal uit de klauwen geëscaleerd’. Interview-vragen formuleerde hij in zijn eigen stijl. Met als motto: “Liever prettig gestoord, dan verschrikkelijk doorsnee-gewoontjes.”

“Ieder gesprek op de radio droeg zijn stempel”, memoreert collega Paul Verspeek. “Zoals bij de grote CMI-brand in de Rotterdamse haven in 1996. Jack trad op als rampenverslaggever. In het gortdroge rapport dat later over de brand verscheen, stond tussen alle beschouwingen en loftuitingen over Radio Rijnmond ook een kritische kanttekening. Een verslaggever had namelijk bij de bewoners geïnformeerd naar de gevolgen van de brand. Met de vraag ‘of de konijnen al licht gaven’. Dat was Jack geweest. Geweldig! Dertig jaar later kan ik er nog steeds om lachen."

“Hij was een van de allerbeste journalisten die ik ken”, zegt podcastmaakster Babs Assink, die als stagiaire bij Rijnmond begon en veel met Jack samenwerkte. “Hij had oren en ogen overal. Niks ontging hem in zijn werk. Hij was altijd kritisch en een bestrijder van onrecht. Dat hadden we gemeen. Hij was een aanjager. Ik heb het vak van hem geleerd.”

Recht voor z'n raap

Het was toenmalig hoofdredacteur Nico Haasbroek die Jack al snel na de oprichting Radio Rijnmond (1983) als verslaggever inlijfde. De twee kenden elkaar van de VARA in Hilversum en waren het over een ding roerend eens: de nieuwe regionale omroep moest vooral niet klakkeloos kopiëren wat er in het Gooi werd gedaan. Het moest rauwer, Rotterdamser. En stukken humoristischer bovendien.

Radio was in die tijd veruit het snelste medium. De televisie was nog log en de krant verscheen maar één keer per dag. En dan had razende reporter Jack ook nog een motor, waarmee hij – in spijkerbroek en jas met Rijnmond-logo - vliegensvlug door het stadsverkeer kon manoeuvreren. Hij was een fenomeen. Met een netwerk waar je U tegen zegt.

"Veel luisteraars waren dol op Jack", zegt Babs Assink. "Ik weet nog dat we een keer actie voerden voor een voetbalveldje in een Braziliaanse sloppenwijk. Het was winter en berenkoud. Jack en ik zaten klappertandend op de motor om overal in de regio geld op te halen. Een luisteraar had zo met ons te doen dat ze pannenkoeken ging bakken. Die stonden toen we terugkwamen bij de balie. Zulke gebaren, daar kon Jack van genieten."

'Ben jij belazerd?'

Volgens JFK lag het nieuws op straat. Dus dáár moest je het halen. Een schietpartij? Een flinke fik? Jack stond er met zijn neus bovenop. Soms kwam hij het nieuws ook zelf brengen. Zo hoorden de bewoners van Heijplaat begin jaren negentig van hém en niet van bestuurders dat hun huizen geen sloopkogel tegen hun gevels zouden krijgen. De intense vreugde van de actievoerders vloeide via Jacks microfoon meteen de ether in en leverde onvergetelijke recht-voor-z’n-raap-radio op.

En zo was dat ook met toenmalig minister Neelie Kroes. Zij reed in haar dienstauto stapvoets door Rotterdam om te gaan onderhandelen over een politiestaking toen ze plotseling een ongenode gast op de achterbank ontwaarde. Jack had gewoon het portier geopend en was met open microfoon naast haar gaan zitten. “Ben jij belazerd?”, krijste Kroes “Mijn auto uit!”

Jack vertelde er nog geregeld over. "Ik kwam haar in mijn werk behoorlijk vaak tegen. En ik had altijd goeie bronnen om haar tegengas te geven. Uiteindelijk wilde Neelie helemaal niet meer met me praten. Onze ontmoetingen werden een soort running gag op de radio: ‘Mevrouw Kroes wil me wéér niet te woord staan.’ Ik had ook een bijnaam voor haar bedacht: Neelie Kroeshaar-op-de-tanden. Ze kon mijn bloed echt wel zuipen. Een verslaggever van de NCRV, die een beetje hetzelfde kapsel had als ik, liet ze zelfs van boord zetten, voorafgaand aan een vaartochtje voor de pers. De arme jongen had de pech dat hij teveel op mij leek.”

Underdog

Achter de aanvaringen met Kroes ging wellicht nog iets diepers schuil. Zij was van de VVD, Jack voelde zich - als zoon van een Schiedamse melkboer – uiteindelijk altijd meer verbonden met de underdog. Zijn ouwe VARA-hart bleef kloppen. En van zijn afkeer voor de elite maakte hij geen geheim. "Als ik een bestuurder wil horen met een mening bel ik wel een taxi", noteerde Jack in het notitieboekje dat hij altijd in zijn binnenzak had.

Oud brood

Tussen Jack en Herman Brood was de chemie briljant. Jack sprak de popster kort voor diens zelfverkozen dood in 2001, na een optreden in het Rotterdamse Luxor Theater. Brood was net afgekickt van de speed en die avond stomdronken. “Rijst het brood weer?”, wilde Jack van hem weten.
“Ik kan mijn geluk niet op”, was het antwoord. “Niks is lekkerder dan warme papegaaienstront langs je wangen.”

Jack smeet er nog een woordgrap tegenaan en zei iets over ‘oud brood’. Herman leek het niet te horen. “Ik moet wel even zeggen voor de luisteraars dat de man die mij interviewt een bijzonder leuk hoofd heeft”, lalde hij verder. “Anders zou ik hem niet te woord staan.”
De twee sloten het gesprek af met nóg maar een glaasje. “Proost”, zei Brood, “vaders lul is moeders troost.”

De volgende ochtend was het Rijnmond-publiek getuige van het laatste interview dat Herman Brood voor zijn sprong van het Hilton-hotel in Amsterdam gaf. En struikelde de presentator bijna over de ellenlange introductietekst bij het item. Die tekst, zo klonk het, kon alleen maar van Jack Kerklaan zijn.

Flikker op, man!

In de tijd dat Jack in dienst was, beging Rijnmond door een technische fout overigens een reuzeflater. Op Teletekst, pagina 101, stond héél even dat Jules Deelder het tijdelijke voor het eeuwige had ingeruild. Bron: Rijnmond. “Klopt geen snars van”, wist Jack. “Ik heb Jules gisteravond nog springlevend gezien.” De twee waren boezemvrienden.

Met zijn zender om de schouder toog Jack van het Rijnmond-pand aan de Mathenesserlaan naar de overkant van de staat, waar Deelder woonde. “Jules, ben je dood?”, riep hij een paar keer door de brievenbus. Het was ochtend en dat was bij de Nachtburgemeester niet het moment waarop hij ultiem floreerde. ""Ik ben niet dood”, schreeuwde Deelder live op de radio. “Flikker op, man!”

Wanlijner

Jack Kerklaan, de meest kleurrijke verslaggever die Rijnmond ooit gekend heeft. Maandag 23 februari overleed hij, in het bijzijn van zijn vrouw en kinderen. Hij werd 65 jaar en had die cijfers dolgraag opgevijzeld. Maar, zo luidde een 'wanlijner' op de befaamde Rotterdamse scheurkalender: “Uiteindelijk zijn het niet de jaren in je leven die tellen, maar het leven in al die jaren.”

Jack Kerklaan wordt zaterdag gecremeerd. Het afscheid is in besloten kring. Iedereen die hem een laatste groet wil brengen, wordt door de familie uitgenodigd om rond 16:50 uur naar de Buitenhavenweg in Schiedam te komen, ter hoogte van het Loopuyt-pand. Jack zal daar in een auto passeren.

 Dit is een artikel van onze mediapartner Rijnmond.