advertentie
Bijna dode fatbikers bij dollemansrit, verdachte herinnert niets: 'Was dood geweest'
Twee fietsers voelen een harde windvlaag, terwijl een witte auto met 100 kilometer per uur vlak langs ze heen scheurt op 16 februari 2026. Vijf minuten later en nog amper van de schrik bekomen is de auto terug in de tegenovergestelde richting op de Watersportweg in de Vlaardingse Broekpolder. Deze keer rijdt de bestuurder op volle snelheid recht op ze af. Op het allerlaatste moment schiet de auto alsnog vlak langs. Op 24 juni staat een 58-jarige man uit Leiden voor de rechter op verdenking van doodslag en zeer gevaarlijk rijgedrag.
door Jeroen Langeveld
woensdag 24 juni 2026 13:41
Een oudere man met Adidas-schoenen, zwart haar en een grijs overhemd komt de rechtszaal binnenlopen. Hij is netjes aangekleed en lijkt niet op een man die de weg op gaat om de politie te ontvluchten. Toch blijkt niets minder waar. De dollemansrit begint met een stopteken van de politie op de A4. Hierna escaleert de situatie compleet. De man scheurt weg en neemt de afrit van de A20 ter hoogte van Vlaardingen-West. Met hoge snelheid rijdt hij de Broekpolder in naar de Watersportweg.
“Ik heb slechte herinneringen aan deze dag. Ik heb PTSS”, zegt de 58-jarige man. De gehele zitting zegt hij zich niets meer te herinneren van de dag van de autorit. “Het is idioot. Dat was ik echt niet.” Als hij vragen krijgt wat er op 16 februari gebeurde is zijn antwoord dat hij er niets aan kon doen, omdat hij dus PTSS heeft. Dit heeft hij opgelopen in het voormalig Joegoslavië. De man zou volgens zijn advocaat beelden zien dat er geweren op hem worden gericht. “Hij had het gevoel dat de duvel hem op zijn hielen zat."
Posttraumatische stressstoornis (PTSS) is een psychische aandoening die kan ontstaan na een ingrijpende gebeurtenis, zoals een ongeluk, geweld of een ramp. Mensen met PTSS kunnen last hebben van herbelevingen, nachtmerries, vermijding, prikkelbaarheid en angst. De klachten kunnen het dagelijks leven, werk en relaties beïnvloeden.
‘Ik was dood geweest’
In de Broekpolder richt de Leidenaar, naast het bijna levensgevaarlijke ongeval met de fatbikers, ook een bijna dodelijke aanrijding aan op een medewerker van de buitendienst. “Hij reed recht op mij af. 1,5 meter voor mij sprong ik opzij. Ik zou met 80 kilometer per uur zijn aangereden. Dan was ik dood geweest”, verklaart het slachtoffer bij de politie. De man rijdt volgens de agenten met ongeveer 100 kilometer per uur de Broekpolder weer uit. Onderweg worden er nog waarschuwingsschoten gelost.
De 58-jarige man heeft meer op zijn kerfstok dan de autorit die bijna levens kostte. Een jaar eerder stal hij spellen bij een Primera in Leiderdorp en ook wordt hij verdacht van het mishandelen van zijn vrouw. Hij zou haar keel hebben dichtgeknepen. Het mogelijk huiselijk geweld wordt bevestigd door de dochter van de Leidenaar. “De dochter heeft verklaard dat hij soms heel blij is en soms heel boos kan zijn en dan de moeder dingen aandoet. Ze denkt dat het te maken heeft met het gebruik van drugs”, legt de rechter uit.

Op Facebook gaan beelden rond van de dollemansrit door de Broekpolder | Beeld: Facebook-account ONS.Vlaardingen
‘Veel drugs gebruikt’
Ook drugsgebruik speelt een grote rol in het leven van de verdachte. Af en aan gebruikt hij al jaren. Hij verklaart zijn werk als vrachtwagenchauffeur in 2010 neer te hebben gelegd, omdat hij bang was de vrachtwagen als ‘wapen’ te zien. Maar voorafgaand aan de dollemansrit lijkt hij weer begonnen te zijn met gebruiken. “Ik heb de dagen ervoor veel drugs gebruikt”, zegt de Leidenaar.
Via de Westlandseweg en Plein 1940 rijdt de man in de richting van de Van Hogendorplaan. Op de route rijdt de Leidenaar nog in op de achterkant van een politieauto. Door de vele aanrijdingen gaat de auto steeds meer roken. Op de rotonde tussen de Van Hogendorplaan en de Rotterdamseweg crasht de verdachte en komt de dollemansrit tot een eind. De verdachte vlucht de auto uit, maar dat mag niet meer baten. Hij wordt aangehouden.
‘Concentratiekamp’
Pas in de politiecel zegt de man weer bij zinnen te komen. “Ik dacht dat ik in een concentratiekamp zat.” Na uitleg snapt hij dat hij niet vastzit in een kamp, maar in een politiecel. Sindsdien zit hij vast. “Ik zit vijf maanden vast, maar het voelt als vijf jaar”, zegt hij tegen de rechter.
De officier van justitie (OvJ) neemt de Leidenaar de poging tot doodslag op meerdere mensen zeer kwalijk. Ondanks dat betrokken instanties stellen dat de man verminderd toerekeningsvatbaar is voor de dollemansrit eist de OvJ een hoge celstraf: drie jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een rijontzegging van twee jaar.
Vrijspraak
De verdachte van de advocaat vindt dat haar cliënt juist vrijgesproken moet worden. Ze zegt dat de verklaringen van de fatbikers ongeloofwaardig zijn. “Hoe kan een auto tien centimeter langs je heen rijden als je tussen twee auto’s in staat?”, vraagt zij zich af. Bij de medewerker van de buitendienst was het volgens haar niet de bedoeling de man aan te rijden. “Mijn cliënt kent hem niet en heeft niks tegen hem. Hij verwachte niet dat de man daar liep. Hij concentreerde zich op de politie”, vertelt de advocaat over het moment dat het slachtoffer in de berm liep.
De rechter veroordeelt de man tot een celstraf van achttien maanden, waarvan negen voorwaardelijk. Dat betekent dat de Leidenaar nog 3,5 maanden in de cel moet blijven.
“Alles is mijn fout. het maakt mij kapot en verdrietig. God heeft mij gered en die mensen”, sluit de Leidenaar af.


