advertentie
Beja (75) rijdt al tientallen jaren met vrachtwagens naar Oekraïne: 'Hulp blijft nodig'
Al jaren legt Beja Kluiters (75) hart en ziel in Stichting Spoetnik. De organisatie vult vrachtwagens tot de nok met onder andere kleding, meubels, bedden en beddengoed. Die rijden naar Kyiv en Lubny in Oekraïne, waar burgers nog altijd worden geteisterd door oorlogsgeweld. Rijnmond doet verslag.
door redactie
zaterdag 15 augustus 2026 21:36
Wie de blauwe metalen deuren opent in een hoffelijk straatje in Vlaardingen, denkt zich op het eerste ogenblik te bevinden in een doolhof. Muren van houten pallets en dichtgetapete dozen vullen de opslagplaats van Stichting Spoetnik. Vijf jaar geleden wilde Beja eigenlijk langzaam de stichting afbouwen. Het ging steeds beter met Oekraïne. Althans, dat dacht de onlangs geridderde voorzitter.
Toen 2022 de oorlog uitbrak, werd snel duidelijk dat het werk er niet op zat. Beja schuift met een rode pen over een kaart van het land. Ze wijst de plekken aan die het hardst zijn getroffen. “Hier is mijn nicht van 85 jaar oud, haar huis verwoest”, ze schuift verder. “Een andere nicht verloor haar huis bij Charkiv en hier raakte mijn neef een been kwijt.”
Hulp is en was geen luxe
De betrokkenheid van Beja begon in 1989, toen ze voor het eerst naar het land reisde. "Mijn Oekraïense schoonmoeder sprak met veel liefde over het land, waaruit ze in de Tweede Wereldoorlog werd weggevoerd door de Duitsers. ‘Oekraïne dit, Oekraïne dat.’ Ik dacht: ‘Ik wil dat wel eens zien.’”
Beja vertrok zonder grote verwachtingen. Ze wilde vooral haar schoonfamilie ontmoeten en het land leren kennen wat zo de hemel in was geprijsd. Eenmaal aangekomen werd ze geconfronteerd met een werkelijkheid die ze niet had voorzien. “Jeetje, toen zag ik zoveel armoe.”
Eerste vrachtwagen
Oekraïne maakte toen nog deel uit van de Sovjet-Unie en over de armoede werd nauwelijks gesproken, laat staan dat ze Beja’s aangeboden hulp mochten aannemen. Pas na de onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 veranderde dat. Beja kreeg een bericht uit het land. “Niet alleen mijn familie, maar ook slachtoffers van Tsjernobyl, kindertehuizen, ziekenhuizen, psychiatrische instellingen en ouderen hadden dringend hulp nodig.”
Beja vulde een vrachtwagen en reisde er zelf met de trein achteraan, via Moskou naar Oekraïne. Eenmaal daar, zag ze hoeveel, maar ook hoe weinig één vrachtwagen betekende. Een eenmansactie veranderde al snel in Stichting Spoetnik. Spoetnik betekent in het Russisch ‘satelliet’, en was notabene de eerste die om de aarde cirkelde. Een bewuste keuze, zegt Beja, want Spoetnik “omarmt eigenlijk de wereld.”

Beja is hier druk bezig met het sorteren van medische drinkvoeding © Rijnmond
Gelijkwaardige samenwerking
“We willen niet zeggen dat wij het beter weten. Wij kunnen ook van Oekraïners leren. En Oekraïners kunnen van ons leren. Dus laten we het samen doen.” Die houding bepaalt nog altijd de manier waarop de stichting werkt. De stichting werkt samen met drie organisaties in Oekraïne die de geschonken humanitaire hulp verspreiden in Kyiv.
Wat er nodig is, verandert voortdurend. Kleding blijft een constante, vooral voor mensen die binnen Oekraïne op de vlucht zijn geraakt en soms niet meer dan één tas hun huis hebben verlaten. Daarnaast zijn bedden, dekens, beddengoed, potten en pannen vast onderdeel van de vracht, maar ook schoolmeubilair dat in Nederland wordt afgeschreven, krijgt in Oekraïne een tweede leven.
Frank de Jong, secretaris van Stichting Spoetnik, legt uit waarom die belangrijk zijn. “Scholen moeten schuilkelders hebben die niet alleen bescherming bieden tijdens aanvallen, maar waarin ook gewoon les kan worden gegeven.”

Secretaris Frank de Jong voor een muur die door Oekraïners is geschilderd © Rijnmond
Aggregaten noodzakelijk
De laatste tijd komt er een andere behoefte nadrukkelijk voorbij: de energievoorziening. Door Russische aanvallen is de elektriciteitsvoorziening erg kwetsbaar geworden. Aggregaten zijn daarom op veel plekken noodzakelijk, maar in flatgebouwen mogen ze niet worden gebruikt vanwege de uitlaatgassen en het brandgevaar. “Winkels hebben ze voor de deur staan”, vertelt Beja. In de winter worden tussen flatgebouwen soms tenten ingericht waar mensen een kop koffie of soep kunnen krijgen en hun mobiel kunnen opladen.
Frank was deze zomer nog in Kiev, op bezoek bij zijn ex-partner en dochter. Ze wonen in een flat, zoals velen in de Oekraïense hoofdstad. Ze hebben drie honden en zestien katten, veelal dieren die ze van straat hebben gehaald. Vertrekken is daarom niet eenvoudig. Hij heeft ze een ‘EcoFlow’ geschonken, een soort mega-powerbank. Zo kunnen ze een computer gebruiken, even op de toetsen van een keyboard spelen of de koelkast voor een aantal uur laten draaien. De kosten bedragen honderden euro’s. Moeilijk te betalen voor veel huishoudens.

Een kaart van Oekraïne met daarop het gebied waar de stichting regelmatig naartoe gaat © Rijnmond
2,5 miljoen kilo
Door de 34 jaar heen dat de stichting bestaat is er meer dan 2,5 miljoen kilo vervoerd naar Oekraïne. Een groot deel van de kilo’s zijn de laatste jaren verspreid. In de eerste weken na de Russische invasie stonden namelijk de gedoneerde spullen buiten in de rij, om meegenomen te worden. Het waren periodes waarin iedere dag een vrachtwagen vertrok. “Toen waren we hier zeven dagen in de week.” Nu gaat er iedere maand een vrachtwagen met ongeveer tienduizend kilo goederen richting Oekraïne.
“Zolang ze daar nog spullen nodig hebben, en het geld niet op is gaan we door”, klinkt Beja vastberaden. Echter wordt het werk steeds emotioneler en uitputtender. Er zal nooit een vrachtwagen te veel gaan. Beja erkent het onbevredigende gevoel. Verder kent ze inmiddels veel mensen in Oekraïne persoonlijk, waaronder haar halve familie.
Op haar telefoon staan apps waarmee ze de aanvallen in de gaten houdt. Ze krijgt dagelijks meldingen. Als ze ziet dat er weer is toegeslagen, weet ze soms precies wie er woont. “Dan denk je: ‘Leven ze nog?’ En dan stuur je gauw een berichtje. Dat is gewoon zenuwslopend.”

Vuilniszakken en nog eens vuilniszakken met kleding, allemaal voor Oekraïne bedoeld © Rijnmond
Bijna ondenkbare vrede
Of Beja en Frank nog durven te geloven in een einde van de oorlog is nog maar de vraag. “Ik zie het niet gebeuren”, duidt Frank. Beja knikt instemmend. Ze haalt een prijs uit de kast. In 1995 kreeg ze een beker uitgereikt op televisie, omdat Oekraïne tot een van de leukste vakantiebestemmingen werd uitgeroepen.
Nu waagt ze bijna niet te hopen dat Oekraïne ooit weer een land wordt waar mensen naartoe gaan, omdat ze het mooi vinden. “Maar ooit”, vult Frank aan, “moet het weer zover komen. Eerst moet er vrede komen, daarna begint de volgende karwei: de wederopbouw.”
Tot die tijd blijft de vrachtwagen rijden. “Laat de mensen daar een glimlach krijgen”, hoopt Beja. "Zodat Oekraïners kunnen zeggen: ‘Mensen van 2 duizend kilometer verderop, die denken aan ons.’”
Dit is een verhaal van onze mediapartner Rijnmond.


