advertentie
Dit is waarom in Vlaardingen en Schiedam nog niet overal walstroom is: ‘Ingewikkeld’
Walstroom lijkt dé oplossing voor de problemen rond de havens van Vlaardingen en Schiedam. Zeeschepen leggen aan en gebruiken stroom vanaf de kade, zodat hun motoren uit kunnen. Dat vermindert direct geluidsoverlast, stank en uitstoot en verbetert de leefomgeving in beide steden. Toch blijft grootschalige invoering achter. Waarom komt walstroom in Vlaardingen en Schiedam zo moeizaam van de grond?
door Lieke Visser
vrijdag 27 februari 2026 08:55
Walstroom is een vaste stroomvoorziening vanaf de kade voor aangemeerde schepen. Door een schip aan te sluiten op het elektriciteitsnet aan land kunnen de dieselgeneratoren aan boord uitgeschakeld worden, terwijl alle voorzieningen, zoals verlichting, ventilatie en keukenapparatuur, blijven functioneren. Het schip gebruikt dan elektriciteit van het net in plaats van zelf stroom op te wekken met dieselmotoren, wat zorgt voor minder geluid, minder uitstoot en minder stank.
De techniek is volgens Marieke Vavier, directeur van Portsolutions Rotterdam en regisseur van het Walstroomcollectief, toepasbaar op vrijwel alle typen schepen: van binnenvaartschepen en veerponten tot riviercruiseschepen en grote zeeschepen. Daarmee kan in theorie vrijwel elk schip gebruikmaken van walstroom.
Geluidsoverlast in Vlaardingen en Schiedam
In de havens van Vlaardingen en Schiedam zorgden aangemeerde schepen jarenlang voor geluidsoverlast bij omwonenden. Vooral het laagfrequente gebrom en de dreunende motorgeluiden van dieselgeneratoren, nodig voor de zogeheten hotelfuncties aan boord, verstoorden de nachtrust en het dagelijks leven in omliggende wijken.
Voor de 65-jarige Ank Sluimer uit de Vlaardingse Babberspolder was de overlast van een schip van DFDS bijzonder ingrijpend. Zij omschreef het geluid als een motor onder haar slaapkamerraam en kampte met slapeloze nachten en aanhoudende vermoeidheid.
Ook in Schiedam klonken klachten, onder meer rond het bedrijf Huisman in de Wiltonhaven. De overlast had daar verstrekkende gevolgen: het nieuwbouwproject Let’s Go West kwam stil te liggen door een discussie tussen Huisman zelf en omwonenden. Huisman nam maatregelen, zoals het plaatsen van geluidsdempers en draaien van de positie van schepen. De klachten namen af, maar verdwenen niet volledig.
De situatie is inmiddels minder intens, maar geluidsoverlast blijft een terugkerend punt van zorg. Het onderstreept hoe direct havenactiviteiten en draaiende scheepsgeneratoren het wooncomfort in omliggende wijken kunnen beïnvloeden.
Slechte luchtkwaliteit mede door uitstoot havens
Niet alleen geluid speelt een rol. De luchtkwaliteit in Schiedam en Vlaardingen behoort tot de slechtste van Nederland. Uit onderzoek van journalistiek platform Pointer (KRO-NCRV) uit 2025 blijkt dat de concentratie fijnstof en stikstofoxiden in Schiedam ruim boven de door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) aanbevolen waarden ligt. Ook Vlaardingen scoort slecht, vooral in het oostelijke deel van de stad.
Een van de bronnen zijn dieselgeneratoren op aangemeerde schepen, die stroom leveren voor voorzieningen aan boord. Daarnaast dragen zware scheepvaart, industrie en verkeer bij aan de vervuiling.
De hoge concentraties fijnstof en stikstofoxiden vormen een aanzienlijk gezondheidsrisico. Ze vergroten de kans op luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten en vroegtijdige sterfte. Vooral kinderen en ouderen zijn kwetsbaar. Ondanks strengere milieuregels blijft de luchtvervuiling in deze havensteden een hardnekkig probleem.

Zichtbare uitstoot afkomstig van een schip van DFDS in de haven in Vlaardingen, dit schip ligt nog niet aan de stekker | Foto: Twee
DFDS in Vlaardingen: deels walstroom
Het lijkt alsof walstroom de oplossing kan zijn voor veel verschillende problemen die veroorzaakt worden door de havens. Toch wordt Walstroom in de havens van Vlaardingen en Schiedam nog beperkt toegepast. Een belangrijke uitzondering is rederij DFDS in de Vulcaanhaven in Vlaardingen.
Sinds 2024 beschikt het bedrijf daar over één walstroomaansluiting, waarop twee DFDS-schepen kunnen worden aangesloten. “Hier bij ons in Vlaardingen komen er standaard zes verschillende schepen langs. Al deze schepen zitten in een lijndienst, wat inhoudt dat ze elke keer bij ons vertrekken en weer bij ons terugkomen”, vertelt Jorik van Oosterom, havendirecteur van DFDS.
Juist die vaste dienstregeling maakt investeren in walstroom aantrekkelijk. De Hollandia Seaways en de Scandia Seaways zijn speciaal uitgerust om op de installatie aan de kade te worden aangesloten. Ze liggen meerdere keren per week in Vlaardingen. Bij aankomst gaat de stekker erin en kunnen de dieselgeneratoren uit; bij vertrek schakelen de schepen weer over op hun eigen aandrijving.
Met de installatie geldt DFDS als koploper in het gebied. Het gebruik van walstroom draagt bij aan de CO₂-reductiedoelstellingen van het bedrijf. Inmiddels wordt gewerkt aan een tweede aansluiting. Walstroom wordt voorlopig slechts door een deel van de schepen gebruikt. Dat scheelt in uitstoot en geluid, maar lost de overlast in de haven nog niet volledig op.
Huisman in Schiedam: geen walstroom
Bij Huisman in de Schiedamse Wiltonhaven is walstroom nog niet gerealiseerd. Het bedrijf ontwerpt en bouwt grote offshore kranen, onder meer voor de installatie van windmolens op zee. Aan de kade meren uiteenlopende schepen aan, met verblijfsduren die variëren van enkele dagen tot soms maanden. Tijdens die periode verblijven bemanningsleden aan boord en is continu elektriciteit nodig.
Die stroom wordt nu nog opgewekt met dieselgeneratoren. Dat zorgt voor geluid en uitstoot in de omgeving. “De dieselgeneratoren die bij ons aan de kade komen zorgen inderdaad voor geluid en soms voor meer uitstoot en stank. Ze staan dag en nacht te brommen en dat leidt soms tot overlast in de buurt”, zegt Annet Stuurman, hoofd communicatie bij Huisman.
Volgens haar zou walstroom een duidelijke verbetering betekenen. “Zouden we overgaan op walstroom, dan is dat veel schoner en stiller. Dat zou echt een vergroening zijn, niet alleen voor onze operatie maar ook voor de buurt.”
'Andere soorten schepen'
Toch is de stap naar walstroom complex. Huisman ontvangt jaarlijks zo’n tien tot twintig verschillende schepen. Slechts een deel daarvan beschikt over een walstroomaansluiting. Bovendien verschillen aansluitingen onderling in type en capaciteit. “Als een schip al een aansluiting heeft, moet die ook nog passen op de installatie aan de wal. Bijna alle schepen hebben andere soorten aansluitingen”, aldus Stuurman.
Daarmee wordt het economische plaatje onzeker. “Het is voor ons een lastig terug te verdienen investering. Het gaat om miljoenen.” Anders dan bedrijven met een vaste eigen vloot, heeft Huisman geen garantie dat aangemeerde schepen daadwerkelijk gebruik kunnen maken van de installatie. Het bedrijf zegt daarom de investering niet alleen te kunnen dragen en ziet samenwerking met gemeente, provincie en Rijk als noodzakelijk.
Daarnaast speelt netcongestie een rol: het stroomnet dat steeds voller raakt. Voor een walstroominstallatie is een zware netaansluiting nodig, maar op het Schiedamse stroomnet is momenteel beperkte ruimte beschikbaar. Zonder netverzwaring is aanleg niet mogelijk.

De haven van Schiedam | Foto: Twee
Waarom implementatie niet eenvoudig is
Dat walstroom technisch mogelijk is, betekent niet dat invoering makkelijk is. Schepen varen immers niet alleen op Schiedam of Vlaardingen, maar meren aan in havens over de hele wereld. Daar gelden verschillende spanningen, frequenties en vermogens op het elektriciteitsnet, en ook de stekkeraansluitingen verschillen.
“Een schip ligt niet alleen aan een kade in Schiedam of Vlaardingen, maar in veel verschillende landen”, zegt Marieke Vavier. “Je hebt te maken met verschillende frequenties, capaciteiten en aansluitingen. Als dat niet gestandaardiseerd is, is het bijna niet te doen om je schip daarop aan te passen.”
Volgens haar maakt dat de investeringsbeslissing ingewikkeld. Lokale bedrijven moeten hoge kosten maken voor een installatie, terwijl niet zeker is of schepen er daadwerkelijk gebruik van kunnen maken. Zonder internationale standaardisatie blijft dat een risico.
Daarnaast speelt de capaciteit van het elektriciteitsnet een belangrijke rol. In veel steden is sprake van netcongestie. Voor een walstroominstallatie is een zware aansluiting nodig, en netverzwaring moet worden aangevraagd bij de netbeheerder, die beoordeelt of uitbreiding mogelijk is.
Vavier ziet wel kansen in het slimmer benutten van bestaande aansluitingen. Het delen van netcapaciteit tussen gebruikers kan volgens haar meer ruimte opleveren dan nu vaak wordt gedacht. Daarvoor zijn goede afspraken en transportovereenkomsten met de netbeheerder noodzakelijk.
De oplossing: standaardisatie en samenwerking
Volgens Marieke Vavier ligt de sleutel in verdere standaardisatie. Technisch zijn oplossingen vrijwel altijd te vinden, stelt zij, maar zonder eenduidige normen blijft brede invoering ingewikkeld.
“We zijn heel hard bezig met die standaardisatie. Technisch is er altijd een oplossing, maar het vraagt wel dat we doorpakken,” zegt Vavier. “Nederland is een koploper in de maritieme sector. Dan moeten we die positie ook nemen op het gebied van walstroom en samen die standaarden verder ontwikkelen.”
Als Europese landen dezelfde normen hanteren voor aansluitingen, spanning en capaciteit, wordt investeren voor zowel reders als havenbedrijven aantrekkelijker. “Als we die standaarden Europees kunnen integreren, dan volgt de rest vanzelf.”
Gemeenten Vlaardingen en Schiedam stimuleren walstroom in de havens
De gemeente Vlaardingen erkent dat de situatie in het havengebied vraagt om actie. “De luchtkwaliteit in het havengebied staat onder druk en uitstoot en geluidsoverlast zijn grote zorgen voor omwonenden.” Daarom stimuleert de gemeente actief het gebruik van walstroom, zodat schepen aan de kade elektriciteit kunnen afnemen in plaats van hun motoren te laten draaien. Daarnaast onderzoekt Vlaardingen of “een verplichting voor walstroom kan worden opgenomen in het omgevingsplan”.
In Schiedam klinkt een vergelijkbare ambitie, maar ook terughoudendheid. “Iedereen wil schonere lucht, maar de investeringen moeten van ondernemers komen.” De gemeente probeert vooral te stimuleren en partijen bij elkaar te brengen. “Uiteindelijk moet de sector zelf in beweging komen.” Daarbij speelt een strategische afweging: “De vraag is alleen: begin je nu, of wacht je tot regelgeving of economische druk je daartoe dwingt?”
De toekomst van walstroom in Vlaardingen en Schiedam
Volgens Marieke Vavier is het potentieel groot. “Overal waar schepen liggen is potentie voor walstroom, ook hier in Schiedam en Vlaardingen.”
De vraag is volgens haar niet óf walstroom verder wordt ingevoerd, maar wanneer. “Men zal moeten. Vanuit maatschappelijk oogpunt is het echt de ‘license to operate’. Aan de walzijde moet je zorgen dat je het milieu zo min mogelijk belast, en dat doe je door walstroom te gebruiken.”
Juist in stedelijke havengebieden, waar woonwijken en industrie dicht op elkaar liggen, is die stap volgens Vavier onvermijdelijk. Het terugdringen van uitstoot en geluidsoverlast wordt daar steeds meer een randvoorwaarde voor het kunnen voortzetten van havenactiviteiten.


